Omkoping
Met het principe van aandelen in het eigen bedrijf is niets mis. Integendeel. Maar bestuurders worden meer ondernemer als ze die opties tegen een korting van vijftig procent mogen kopen in plaats van ze voor honderd procent cadeau te krijgen. Daar spreekt pas vertrouwen in de onderneming en het eigen beleid uit. Dat zou een mooie aanpassing zijn van al die bonusafspraken die binnen een wel heel erg beschermende omgeving tot stand komen. En daar kleeft een risico aan. Als ondernemingsbelang en eigenbelang nevengeschikt worden gemaakt, valt objectief niet vast te stellen of ceo’s de juiste beleidsbeslissingen nemen. Wat te denken van Rijkman Groenink die 26 miljoen euro opstrijkt wanneer hij zijn bank na falend beleid in de uitverkoop gooit? Of de 80 miljoen die Jan Bennink kreeg door Numico aan zijn vroegere werkgever Danone uit te spelen? Hoeveel licht valt er tussen die voorbeelden en de definitie van omkoping?
Die nevengeschiktheid ziet er zo uit: ondernemingsbelang = aandeelhoudersbelang = koerswinst = bonus = eigenbelang. Dat gegeven staat op gespannen voet met het hele idee van waardecreatie op lange termijn. Bovendien: geld dat in zulke mate niet met werken wordt verdiend, maar met de positie alleen, ondergraaft het arbeidsethos. Niet alleen in de betreffende onderneming, maar in de hele samenleving. Zeker waar dat ook nog eens leidt tot spiegelgedrag van bestuurders in de publieke en semi-publieke sector. Het vergroot de twijfel aan het kritische oordeelsvermogen van commissarissen die zo eerder medeplichtig dan onafhankelijk lijken. En het vergroot de woede in een samenleving die toch al tekenen van desintegratie vertoont.
